Scroll To Top

Specialisten in Spaargeld B.V.'s

Ontwikkeling in Box 3 belastingheffing 2021

Op Prinsjesdag is het belastingplan 2021 gepresenteerd. In zowel het regeerakkoord van 2017-2021 als de Memorie van Toelichting op het belastingplan 2021 heeft de regering de ambitie uitgesproken om de belastingheffing over inkomsten uit sparen en beleggen (Box 3) meer in lijn te brengen met de werkelijk behaalde rendementen. (Het voorstel tot wijziging van Box 3 om spaarders te ontzien, is ingetrokken).

Ondanks de aanpassingen van de Box 3-heffing in de afgelopen jaren blijft het grootste probleem dat het fictieve inkomen in Box 3 waarover belasting verschuldigd is, nog steeds afwijkt van het werkelijke inkomen. Het vast veronderstelde (‘forfaitaire’) rendement wordt bepaald aan de hand van een gestaffeld verondersteld rendement. Hierbij geldt: hoe meer vermogen, des te hoger het verondersteld rendement.

Om kleine beleggers tegemoet te komen, is besloten om per 2021 het heffingsvrij vermogen (in 2020 € 30.846) te verhogen naar € 50.000 per persoon. Voor fiscale partners geldt derhalve een heffingsvrij vermogen van in totaal € 100.000.

Teneinde de belastingopbrengst niet te laten dalen is de effectieve druk voor de twee schijven boven het heffingsvrije vermogen verhoogd van respectievelijk 1,26% tot 1,40% en van 1,58% tot 1,76%. Daarnaast wordt het tarief verhoogd van 30% naar 31%.

2020

Van het gedeelte van de grondslag dat meer bedraagt dan

Maar niet meer dan

Wordt toegerekend aan spaardeel (0,07%)

Wordt toegerekend aan beleggingsdeel
(5,28%)

De vermogens-rendementsheffing over de grondslag bedraagt (tarief box 3: 30%)

€ 0

€ 72.797

67%

33%

0,54%

€ 72.797

€ 1.005.572

21%

79%

1,26%

€ 1.005.572

-

0%

100%

1,58%

 

2021

Van het gedeelte van de grondslag dat meer bedraagt dan

Maar niet meer dan

Wordt toegerekend aan spaardeel (0,03%)

Wordt toegerekend aan beleggingsdeel
(5,69%)

De vermogens-rendements heffing over de grondslag bedraagt (tarief box 3: 31%)

€ 0

€ 50.000

67%

33%

0,59% (afgerond)

€ 50.000

€ 950.000

21%

79%

1,40% (afgerond)

€ 950.000

-

0%

100%

1,76% (afgerond)

 

Probleem ligt natuurlijk bij de beleggers met een hoog vermogen die kiezen voor een minder offensief beleggingsprofiel. In tegenstelling tot de fiscale berekeningswijze dat bij een hoog vermogen een hoger risicoprofiel hoort is het onze ervaring dat het vaak andersom is. Cliënten met een hoog vermogen in de privé sfeer kiezen juist voor een minder offensief beleggingsprofiel. Dit onder het motto: waarom zou je het risico nemen? Deze groep wordt onevenredig gestraft in het huidige Box 3 stelsel.

Vriend en vijand zijn het erover eens dat de enige juiste grondslag voor een Box 3 heffing is belastingheffing over het werkelijk behaalde rendement. Daarbij dienen fiscale afwegingen niet leidend te zijn in de beleggingskeuze.  Het aardige is dat we het systeem waarmee de daadwerkelijke rendementen worden belast eigenlijk al hebben.

De enige oplossing voor deze excessieve heffing  vinden we namelijk in de combinatie heffing van Vennootschapsbelastingheffing en Box 2 van de Inkomstenbelasting bv door de opzet van een SpaargeldBV waardoor de werkelijk behaalde rendementen worden belast. 

Het omslagpunt ligt dan met een gecombineerde Vennootschapsbelastingheffing van 15% en een Box 2 heffing van 26,9% ten opzichte van een Box 3 heffing van 1,4% bij een rendement van 3,68%.

Bij de nog hogere vermogens ligt dan met een gecombineerde Vennootschapsbelastingheffing van 15% en een Box 2 heffing van 26,9% ten opzichte van een Box 3 heffing van 1,76% bij een rendement van zelfs 4,65%.

Conclusie in deze is dat daar waar de Spaargeld BV in eerste instantie vooral voor beleggingen met een laag risico profiel werd opgezet om een belastingheffing op basis van de werkelijke rendementen te realiseren dat inmiddels ook voor het onderbrengen van beleggingen met een hoger risicoprofiel ook fiscaal interessant is geworden.

INFORMATIEF FISCAAL ADVIESGESPREK

Klik hier voor een informatief fiscaal adviesgesprek